In 2026 is het thema Overlaatbrug de laatste die sinds de oprichting van het thema in 2012 niet nader is uitgebreid. Het is ook een ijzersterke brug, wat eisen stelt aan een eventuele uitbreiding. Doorgaans zoeken we in de thema’s naar verbindingen. Bijvoorbeeld gebouwen die vaak in de zelfde straat bij elkaar staan, of items zoals telefooncellen en bushalte abri’s die niet altijd maar wel veelvuldig in een gelijksoortig straatbeeld voorkwamen. Maar tevens vullen die dingen elkaar in de thema’s aan. Bij de Overlaatbrug zoeken we daarom naar een brug die bij voorkeur een min of meer gelijksoortig bouwjaar kent, maar bovenal in fysieke zin met de Overlaatbrug te combineren blijkt en daarbij meerwaarden ontstaan. Dat is een fikse zoektocht gebleken. Maar we menen een goede metgezel gevonden te hebben.
Spoorbrug Julianalaan in Overveen.
Overveen is een plaats die onderdeel uitmaakt van gemeente Bloemendaal en eigenlijk zo ongeveer tegen het centrum van Haarlem aan ligt. Wie vanaf station Haarlem naar Zandvoort reist, rijdt al binnen 1km over de tweede brug/viaduct. Beide bruggen/viaducten zijn gebouwd nadat het sporenplan van Haarlem op een verhoogd grondlichaam is aangelegd, omstreeks 1905. En daarbij moest men op enkele plekken over watergangen heen. Van de nood werd een deugd gemaakt door op beide plaatsen ook meteen een verkeersader te overbruggen. Verder hebben de beide kunstwerken weinig overeenkomsten. Dus laten we ons richten op dat exemplaar dat we bij Markenburg in model hebben nagemaakt.
Vierendeelbrug.
De spoorbrug Julianalaan is een bijzonder exemplaar. Want bij (vakwerk)bruggen in het algemeen is het gebruikelijk om ook rekening te houden met diverse krachten, waarbij een aantal daarvan opgevangen worden met dwarsverbanden. De dwarsverbanden, soms ook windverbanden genoemd, kenmerken zich door de diagonale plaatsing. Daarmee ontstaan driehoeken in de constructie. Driehoeken kunnen sterker en vorm vaster zijn dan een rechthoek. Maar tevens kosten die dwarsverbanden ook materiaal, arbeid in de bouw en het onderhoud. En het weegt wat, wat natuurlijk ook weer gedragen moet worden door die zelfde brug. Rond 1900 bedacht de Leuvense hoofdingenieur Arthur Vierendeel een interessant alternatief. Hij maakte de hoeken van de vierkanten en rechthoeken in de brug stijf. En had zodoende minder of zelfs geen dwarsverbanden meer nodig. De bouw is een traditionele sector waardoor deze nieuwe vinding aanvankelijk slechts sporadisch werd toegepast, maar de brug over de Julianalaan in Overveen werd er al snel één van de praktijk voorbeelden.
Oude en nieuwe details.
In Overveen zien we een laan en gracht die beide door het spoor, in één overspanning, overbrugt worden. Het is een dubbelsporig tracé, waarbij ieder spoor een eigen ligger kent. Beide liggers hebben aan de buitenzijde een schouwpad, dat naar aanzien van de huidige constructie, later is toegevoegd. De vrije hoogte onder de brug van 3.6m was rond 1900 voldoende. Maar na 1950 zijn met name vrachtwagens wel wat hoger geworden. Tegenwoordig is een onder doorrijhoogte van 4 meter gewenst. Maar bruggen en viaducten als deze zijn moeilijk, of alleen met hoge kosten, aan te passen. Dus als groot verkeer ook op een andere manier op de plaats van bestemming kan komen, blijven bruggen als deze ongemoeid. De landhoofden zijn sierlijk met metselwerk en natuursteen elementen opgebouwd. Tevens kennen de landhoofden grond kerende wanden die er voor zorgen dat ook het talud keurig blijft liggen. Op die driehoekige muren hebben al uiteenlopende hekken gestaan om onbevoegden te weerhouden het spoortracé te betreden. Het huidige model hekwerk is ragfijn uitgevoerd met thematische details.
Van één op één naar model.
Markenburg streeft er altijd naar om een object, zoals in dit geval de brug, zo compleet en authentiek mogelijk te recreëren in model. Daar zijn we best bedreven in, al zeggen we het zelf. Want we laten ons pas beïnvloeden als het fysiek niet langer haalbaar blijkt. Neem het hekwerk waar al even aan gerefereerd werd, als we die letterlijk verschalen naar 1:160 komen er tal van onderdelen in voor die smaller of kleiner zijn dan 0,1mm. We komen dan in een spanningsveld van onderdelen die niet fysiek en financieel draagbaar te reproduceren zijn. En dan ook nog heel blijven bij aanraking of zelfs verzending. Dan hebben we het nog niet gehad over de vraag of details van 0,1mm nog wel zichtbaar zijn, als ze halverwege op een modelbaan komen te staan. Of zich laten opbouwen door de modelbouwer. Maar bij Markenburg blijven we het wel leuk en inspirerend vinden om de grenzen van het haalbare op te zoeken. Metselwerk tot op het laatste detail uitwerken, de klinknagels in het wellenstaal perfect uitbeelden, constructievormen precies namaken en dan ook nog zorgen dat de brug ook in model keurig functioneel ingezet kan worden. En ga zo maar door. Hopelijk is iets van die zorg zichtbaar en werkt dat inspirerend bij de mede modelbouwers.
Een goede Metgezel.
De Overlaatbrug is een (potentieel) grote brug doordat er eenvoudig en geheel realistisch tal van overspanningen achter elkaar op pijlers geplaatst kunnen worden. Tussen Waalwijk en Drunen heeft men een situatie gekend van ruim 800 meter lengte. Maar de liggers zijn met 16,5 meter per stuk, redelijk compact te noemen. De brug over de Julianalaan in Overveen is met liggers van 19,5 meter lengte net wat langer per overspanning. Maar er bestaan geen pijlers in deze situatie en de landhoofden zijn met 3,6 meter doorrijhoogte bijna een meter lager dan de landhoofden en pijlers van de Overlaatbrug. We zouden kunnen zeggen, “dat is veel verschil”, maar we kunnen in de positieve zin ook zeggen dat de bruggen elkaar juist fraai aanvullen in vorm en functie. Wat de bruggen goede metgezellen maakt is dat de brug in Overveen liggers heeft die qua profiel zeer sterk lijken op de liggers van de Overlaatbrug. En dat betekent dat de liggers in model uitwisselbaar zijn. Dat de bruggen in de zelfde periode van 25 jaar gebouwd zijn en qua bouwstijl ook de nodige overeenkomsten kennen helpt ook met het overtuigend kunnen wisselen van de liggers. Dus wie graag de ruim 4,5m hoogte, naar schaal, heeft van de Overlaatbrug, maar liever de lengte van de liggers van de Julianalaan brug benut, kan dat prima doen. Het schouwpad van de Julianabrugliggers zouden bij aansluiting op de Overlaatbrug landhoofden wellicht een klein beetje bij gesneden kunnen worden voor een keurige passing, maar ook daar is op diverse realistische manieren goed mee om te gaan. De bruggen maken in gezamenlijkheid heel veel mogelijk in hoogte, lengte, breedte en uiteenlopende details. En dat terwijl het gecombineerde totaalplaatje er toch overtuigend realistisch uit kan blijven zien. Al tijdens de ontwikkeling van de Julianalaan brug gaan veel van de kruislingse toepassingsmogelijkheden door onze hoofden. We zijn al benieuwd welke van de vele mogelijkheden het vaakst zullen worden toegepast.
Vind hier: thema Overlaatbrug, met beide bruggen en toebehoren.
Met wat aankleding voor een maatgevend beeld
voor de beste benadering van de werkelijkheid
maar verschillende lengtes